|
11.09.2006
Uit het onlangs gepubliceerde wetsontwerp blijkt dat de Duitse regering de tweedegeneratie biobrandstoffen (BTL en cellulose-ethanol) wil stimuleren door accijnsverlaging. De wetstekst geeft de regering de mogelijkheid om een dergelijke verlaging vast te stellen. Het voorstel spreekt ook over de mogelijkheid om accijnsverlaging te koppelen aan het CO2-reductiepotentieel. Met dit voorstel krijgt de regering verder de bevoegdheid om nadere eisen vast te stellen betreffende certificering zonder het parlement te raadplegen.
Het wetsontwerp bevat bovendien de verplichte verkooppercentages biotransportbrandstof voor diesel 4,4% t/m 2010) en benzine (2007 t/m 2008: 2% en vanaf 2010 3%). Afgezien daarvan dient het totale aandeel biotransportbrandstoffen in 2009 5,7% en vanaf 2010 6% te bedragen. De percentages zijn gebaseerd op energieinhoud. De verplichting om biotransportbrandstoffen op de markt te brengen kan ook aan een derde worden overgedragen die voor de uitvoering bijvoorbeeld gebruik kan maken van de verkoop van de pure biotransportbrandstof. In het kader van dit wetsontwerp worden zowel de ruwe plantaardige en dierlijke oliën en vetten als de daaruit geproduceerde methylesters als biobrandstof geclassificeerd. De biotransportbrandstoffen die in het kader van de verkoopplicht op de markt worden gebracht komen niet in aanmerking voor accijnsverlaging. De PPO die niet wordt aangewend om aan de verplichting te voldoen, blijft accijnsverlaging genieten. Dit geldt ook voor PPO toegepast voor agrarische doeleinden. In het kader van de stimulering wordt de accijns op biobrandstof voor warmteopwekking verlaagd tot 60% van het bestaande tarief. |